Dag Wannes

En moet ik voor eeuwig vertrekken,
is ‘t met de schoon liekes gedaan.
Dan laat ik mijn leven niet rekken,
Ik maak mij gereed om te gaan.
En zou ik te laat arriveren,
in hotel “Onze-Lieven-Heer”.
Dan weet ik me wel t’excuseren,
ik zeg aan den Heilige Pier:

‘k Stond voor de brug van Willebroek,
‘k stond geblokkeerd aan ‘t kanaal.
‘k Stond voor de brug van Willebroek,
monster van ijzer en staal.
‘k Zag honderden schepen passeren,
auf wiederseen, how do you do?
‘k Was niet op die rendez-vous,
Want de brug van Willebroek was toe.

(uit: De brug van Willebroek; Groep Wannes van de Velde – De zwarte rivier)

 

 

Laat een berichtje achter