De grote kleine kapitein
Twintig jaar geleden reisde ik – in bed, diep verscholen onder de dekens, met het schijnsel van een zaklamp als enige lichtbron – samen met de kleine kapitein, Marinka, dikke Druif en bange Toontje de wereld rond. De Nooitlek bracht ons veilig over de zeven zeeën en verder.
We deden plaatsen aan als het eiland van Groot en Groei, de zeetuin van Vader Blauwkrab, het land van Waan en Wijs, en de Gladde Glisberg.
We ontmoetten vele kleurrijke personages en vonden de Schat van Schrik en Vreze.
Een heerlijke tijd was dat , die altijd zou blijven duren.
Maar hoe gaat dat: kleine avonturiers worden grote meisjes, de kleine kapitein… tja, die bleef klein… en zo raakten we elkaar uit het oog.
Tot ik een tijd terug in het NRC Handelsblad een artikel las over wijlen Paul Biegel. Wat bleek: de kleine kapitein is een grote kleine kapitein geworden! De trilogie die de kleine kapitein is, werd gebundeld in één mooie uitgave, geïllustreerd met de prachtige en fantasierijke tekeningen van Carl Hollander.
En zo ontmoette ik eind mei de kleine kapitein weer. De schrik dat met de jaren alles veranderd zou zijn, bleek ongegrond. Het enige verschil was dat ik me nu, tijdens m’n nachtelijke lees-escapades, niet meer met een zaklamp onder de dekens hoefde te verschuilen.
En zo vertrokken we weer op avontuur. Op zoek naar de vrienden van de Grijze Schipper, langs plaatsen diep verscholen in m’n herinnering die o zo vertrouwd voelden.
Een aantal nachten geleden kwamen we weer thuis van onze verre reizen. De kleine kapitein, Marinka, dikke Druif, bange Toontje en ikzelf namen afscheid van elkaar. Droef gestemd, maar blij dat we dit na twintig jaar weer samen hadden beleefd.
De volgende ochtend was de Nooitlek uit de haven verdwenen. Zonder stoomfluit en met zachte motor was de kleine kapitein vertrokken, de wijde, wijde, blauwe zee op. Op zoek naar de plek waar hij vandaan kwam? Of was de Nooitlek toch zijn enige huis?
Als dit laatste waar is, dan kun je hem misschien wel eens voorbij zien komen, wanneer je aan het strand staat. De Nooitlek is een klein bootje en de kleine kapitein staat altijd achter het roer, wijdbeens, met zijn ogen op de kim.
Uit: De kleine kapitein en de schat van Schrik en Vreze – Paul Biegel
Junae Lansu




