Laozi hoofdstuk 4
De Tao is leeg.
Zo leeg dat wat je er ook in doet,
hij toch niet vol raakt.
Zo bodemloos diep
dat daar zich de heilige plaats wel lijkt te bevinden
waar heel de schepping vandaan zou kunnen komen.
Verstompend wat scherp is,
losmakend wat vast is,
dimmend wat licht is,
alles tot eenzelfde stof makend,
zo diep verzonken
dat hij daar vermoedelijk zou kunnen bestaan.
Maar ik weet niet wiens kind hij zou kunnen zijn;
want hij bestond al eerder dan het symbool van de grote voorvader.
(vertaling: Kristofer Schipper)
Junae Lansu